Tenniselleboog

Epicondylitis lateralis

Tenniselleboog

Inleiding:

De tenniselleboog is een veel voorkomende blessure. Deze blessure komt niet alleen, zo als de naam doet vermoeden, bij tennissers voor. De medische term is epicondylitis lateralis.

Anatomie:

De tenniselleboog is een overbelastingsaandoening. Dit houdt in dat de strekspieren van de pols zijn overbelast. Deze spieren lopen over het polsgewricht en hechten aan op de buitenkant van de elleboog (laterale epicondyl). De spieren die het meest betrokken zijn bij deze aandoening zijn de extensor carpi radialis brevis en de extensor carpi radialis longus.

Oorzaken:

Het feit dat deze spieren overbelast raken, kan twee oorzaken hebben. Ten eerste kan het komen door een te zware belasting voor een korte of lange periode en ten tweede kan de belastbaarheid van de pees verlaagd zijn door bijvoorbeeld een slechte doorbloeding. Deze slechte doorbloeding kan vele oorzaken hebben. Door deze verlaagde belastbaarheid kan een gewone belasting al klachten geven. Bij overbelasting van een pees komen er kleine scheurtjes in het bindweefsel van de pees. Omdat peesweefsel van nature slecht is doorbloed, duurt het lang voordat de pees weer is hersteld.

De pijn van de elleboog gaat in het begin altijd langzamerhand weer weg, waardoor men de elleboog blijft belasten en deze niet tot volledig herstel kan komen. Dit kan tot pijnklachten leiden die ook ’s nachts aanhouden, ook als de arm niet wordt gebruikt. Een tenniselleboog in een gevorderd stadium kan ook leiden tot kracht-, en coördinatieverlies. Bovendien zullen in de spier aanpassingen plaatsvinden, waaronder een verkorting van de spier. Hierdoor kan de elleboog niet meer totaal gestrekt worden.

Symptomen:

Bij een hevige ontstekingsreactie is er een continue pijn aan de buitenzijde van de elleboog. De pijnlijke regio kan daarbij warm, rood en gezwollen zijn en alle bewegingen van de elleboog en pols doen de klachten verergeren. Als de ontstekingsreactie minder hevig is, is er meestal geen pijn in rust, maar alleen bij bepaalde handelingen bijvoorbeeld iets tillen in een bovengreep (tillen in bovengreep is het pakken van een voorwerp terwijl je op de eigen handrug kijkt), bij kracht zetten of wringen. Als de klacht hevig is of als de klacht langer bestaat kan er uitstraling van de pijn aanwezig zijn in de richting van de pols langs de bovenkant van de onderarm.

Wat doet de fysiotherapeut?

De fysiotherapeut richt zich hoofdzakelijk op drie punten:

  • Het verbeteren van de doorbloeding van de pees zodat er voldoende voedingsstoffen bij komen die nodig zijn voor het herstel,
  • Het weer op lengte brengen van de spier,
  • Het weer op oud niveau laten functioneren van de onderarmspieren. Het terugkrijgen van de kracht en de coördinatie.

© 2016 Alle rechten voorbehouden Fysiotherapie Spijkenisse - privacy policy