Multipele sclerose (MS)

Multiple Sclerose, afgekort MS, is een ziekte van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). Het is een misverstand om te denken dat MS een spierziekte is. MS kan wel verlamming van spieren tot gevolg hebben, maar het blijft een aandoening van het centrale zenuwstelsel. MS is een chronische ziekte, dat wil zeggen dat de ziekte niet meer overgaat. MS treft voornamelijk jonge mensen. In Nederland lijden ca. 15.000 mensen aan MS. Ieder jaar komen daar zo’n 350 nieuwe patiënten bij. Opvallend is, dat MS vaker voorkomt in landen met een gematigd klimaat zoals in de Noord-Europese landen, Noord-Amerika en Canada. Er geldt echter ook een verhoogd risico op het krijgen van MS in landen waar de meerderheid van de bevolking afkomstig is uit Noord-Europa, zoals in het geval van Australië en Nieuw-Zeeland. De leeftijd waarop de eerste ziekteverschijnselen zich voordoen ligt tussen het twintigste en veertigste levensjaar. MS komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en begint bij vrouwen ook op een jongere leeftijd. MS openbaart zich met vage klachten zoals: vermoeidheid, plotseling slecht zien, krachtsverlies in armen en benen en gevoelsstoornissen. Een van de zaken die het leven met MS onzeker maken is het feit dat het verloop van de ziekte moeilijk voorspelbaar is. Wat voor de een geldt, geldt vaak niet voor de ander. Bij iedere persoon heeft MS zijn eigen kenmerken. Er zijn patiënten die enkele malen problemen met hun gezichtsvermogen hebben gehad, hiervan herstellen en hun verdere leven geen last meer hebben van de aandoening. Daar staat tegenover dat er ook patiënten zijn die binnen enkele jaren gebruik moeten maken van een rolstoel. De meeste MS patiënten hebben een vorm hier tussenin. Naast de angst voor een typische MS aanval, wordt het onvoorspelbare verloop door iedere MS patiënt als dreigend ervaren.

Wat gebeurt er bij MS?

Het centrale zenuwstelsel kunt u zien als een telefooncentrale. Hier komen signalen van de buitenwereld aan en na verwerking van de prikkel wordt er op gereageerd. Als je bijvoorbeeld je hand verbrand dan schiet er een pijnsignaal via de zenuwen naar het ruggenmerg en vervolgens naar de hersenen en van de hersenen schiet er weer een signaal terug naar de hand waardoor de hand teruggetrokken wordt. Dit gebeurt allemaal razendsnel en u hoeft hier niet bij na te denken.

Bij MS patiënten komt het signaal niet goed of helemaal niet over. Dit komt door beschadigingen in de zo genoemde witte stof van het ruggenmerg. Deze witte stof bevat zenuwbanen die de verbinding maken tussen het centrale zenuwstelsel (ruggenmerg en de hersenen) en het perifere zenuwstelsel (de zenuwen in de armen en benen). Deze beschadigingen worden littekens genoemd en ontstaan in de isolatie laag van de zenuwbanen. Om elke zenuw ligt een laag cellen, deze laag zorgt er voor dat het signaal dat de zenuw moet vervoeren niet verstoord word. Deze laag heet de myeline schede. Als er een ontsteking is geweest in deze myeline schede ontstaat er een litteken. Dit litteken zorgt voor storing van het signaal. De plaats van het litteken is erg bepalend voor de klachten die er ontstaan. Omdat de littekens overal in de witte stof kunnen ontstaan zijn de klachten nogal verschillend. Ook is de plaats waar de littekens ontstaan niet te voorspellen en dus ook het verloop van de ziekte niet. Naast verlies van myeline treedt er bij MS ook beschadiging op van de zenuwvezels zelf. Mogelijk spelen deze beschadigingen een belangrijke rol in het ontstaan van blijvende schade en invaliditeit door MS. Om deze reden vindt er onderzoek plaats naar de rol van beschadigingen aan zenuwcellen in het voortschrijden van MS, de wijze waarop de zenuwcellen beschadigd worden en hoe men dit eventueel zou kunnen voorkomen.

Oorzaken

Hoewel nog niet duidelijk is hoe multiple sclerose precies ontstaat, zijn er inmiddels vele aanwijzingen dat multiple sclerose beschouwd moet worden als een auto-immuunziekte, een ziekte waarbij het afweersysteem van het lichaam ontregeld is en behalve virussen en bacteriën ook lichaamseigen weefsel aanvalt. Bij MS vormt de myeline in het centrale zenuwstelsel het doelwit van het ontregelde afweersysteem. Aangezien het centrale zenuwstelsel een uiterst belangrijk onderdeel vormt van het lichaam, wordt het in normale gevallen beschermd tegen de immuuncellen in het bloed. Op alle punten van contact tussen het bloed en het centrale zenuwstelsel, bevindt zich de zogenaamde bloed-hersenbarrière. Deze barrière bestaat uit een aaneengesloten rij cellen en een laag met een stevig netwerk van speciale eiwitmoleculen. Cellen en de meeste eiwitten uit het bloed kunnen deze bloed-hersenbarrière niet passeren. Dit betekent dat activering van het afweersysteem van het lichaam in normale gevallen niet zal leiden tot ontstekingen in de hersenen. Voor gevallen dat er ondanks de bloed-hersenbarrière toch iets in de hersenen is gekomen dat daar niet thuishoort, beschikken de hersenen over een eigen, beperkt immuunsysteem. Bij MS blijken er lekken op te treden in de bloed-hersenbarrière waardoor de immuuncellen uit het bloed toch de hersenen binnen kunnen komen en daar ontstekingen kunnen veroorzaken en myeline kunnen beschadigen.

Multipele sclerose (MS)

De plekken waar aantasting van de isolatielaag in de hersenen heeft plaatsgevonden kunnen zichtbaar gemaakt worden met behulp van een zogenaamd MRI-beeld van de hersenen. De aangedane gebieden zijn zichtbaar als lichte vlekken (zie pijlen) op dit MRI-beeld.
De oorzaak van de ontstekingen in de myeline schede is zoals vermeld niet bekend. Er zijn wel een aantal theorieën. Een van de theorieën is dat de ontsteking wordt veroorzaakt door een bacterie die alleen in een gematigd klimaat voorkomt. Aangezien de ziekte het meest voorkomt in die delen van de wereld waar er zo’n klimaat heerst is MS volgens deze theorie absoluut niet erfelijk.

Nieuwe theorie MS

Multiple sclerose is wellicht toch geen auto-immuun ziekte. Onderzoekster Esther Zeinstra van de Rijksuniversiteit in Groningen onderzocht de rol van astrocyten bij het ontstaan van MS. Astrocyten zijn cellen in het centraal zenuwstelsel die een ondersteunende functie hebben. Omdat volgens Zeinstra MS-patiënten bepaalde receptoren missen in hun astrocyten, gaan deze zich presenteren als antigeen. Hierdoor zou het ontstaan en verloop van MS beter verklaart kunnen worden volgens haar. De theorie waarop Zeinstra op 13 december promoveerde biedt uitzicht op nieuwe therapieën omdat de werking van astrocyten farmacologisch te beïnvloeden is. Klik voor meer informatie.

Verschillende vormen van MS

Er worden verschillende vormen van MS herkend. De onderverdeling in de verschillende groepen wordt voornamelijk gemaakt op basis van het verschillende verloop. Deze vier vormen zijn:

  • Benigne MS; oftewel de milde vorm van MS kent een lange periode zonder aanvallen. Tussen de aanvallen kan soms wel tien jaar of meer zitten. Bij deze vorm van MS komt dan ook geen ernstige invaliditeit voor. Ongeveer 10 % van de MS patiënten heeft deze milde vorm,
  • de relapsing-remitting beloopsvorm kenmerkt zich met aanvallen en een herstelperiode. Dat wil zeggen dat de periode van aanvallen afgewisseld wordt door een periode van herstel. De beschadigde myeline wordt bijna helemaal hersteld. Aanvallen noemen we ook wel schub of exacerbatie. We spreken van een nieuwe aanval wanneer nieuwe klachten ontstaan of de oude klachten weer toenemen. Tevens moeten de klachten langer dan 24 uur aanwezig zijn en mag er geen sprake zijn van koorts of een infectieziekte. Griep, verkoudheid e.d kunnen een nadelig effect hebben op MS. Door de verhoogde lichaamstemperatuur kan er een aanval ontstaan. Deze vorm kan overgaan in de ernstigere secundaire progressieve beloopsvorm. Juist voor deze groep MS patiënten is het belangrijk dat ze snel aan de medicatie gaan dit kan het ziekteproces met 30% vertragen. De komende jaren zullen er voor deze groep patiënten meerdere mogelijkheden ontstaan. Deze vorm komt voor bij 40 % van alle mensen met MS,
  • secundair beloop; deze vorm kenmerkt zich doordat het ziektebeeld geen herstelmomenten meer heeft. De ziekte krijgt langzamerhand steeds zwaardere kenmerken. Deze vorm komt bij 40% van de patiënten met MS voor,
  • primair beloop; vorm is de ergste vorm van MS. Hierbij zijn ook geen momenten van herstel en is de ziekte van af de eerste aanval meteen zeer progressief. Mensen die op latere leeftijd de eerste symptomen van MS krijgen lijden vaak aan de primaire progressieve beloopsvorm. Deze vorm komt bij 10% van de mensen met MS voor.

Diagnose:

Het stellen van de juiste diagnose is een groot probleem bij MS. Omdat de toch al vage begin verschijnselen ook weer grotendeels over kunnen gaan is het voor de huisarts vaak niet voor de hand liggend om meteen aan MS te denken. Ook al word er gedacht aan MS dan is het voor de neuroloog ook moeilijk om met 100% zekerheid de ziekte vast te stellen. Een MRI-scan biedt hier voor de nieuwste en beste mogelijkheden.

Klachten: De volgende klachten en verschijnselen kunnen bij MS ontstaan:

  • Motoriek: krachtsverlies, spasticiteit, krampen, stijfheid,
  • Sensibiliteit: tintelingen, prikkelingen, doofheid, pijnaanvallen, gevoelsstoornissen zoals koude voeten, spierpijn,
  • Coördinatie: trémoren, spraakstoornis, duizeligheid, draaiduizeligheid,
  • Hersenstam: zenuwpijn, gevoelsstoornis in het gezicht,
  • Gezichtsvermogen: zenuwontsteking aan een of beide ogen, oogsiddering, dubbelzien,
  • Blaas: toegenomen aandrang, achterblijven van urine, incontinentie,
  • Seksueel: libidoverlies, impotentie, genitale pijn, vermindering van het gevoel,
  • Darmen: obstipatie, incontinentie,
  • Moeheid: moeheid in rust, snelle vermoeidheid,
  • Cognitie: geheugenstoornissen, Concentratiestoornissen.

 

© 2016 Alle rechten voorbehouden Fysiotherapie Spijkenisse - privacy policy